U bevindt zich hier: Home Het Museum Tentoonstellingen-archief 2015-2020

2015-2020

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was Nederland neutraal, maar de oorlog bleef hier niet zonder gevolgen. Honderdduizenden Nederlandse mannen werden gemobiliseerd en ruim een miljoen berooide Belgische vluchtelingen staken de grens over. Naarmate de oorlog langer duurde, zorgden prijsstijgingen en schaarste aan levensmiddelen en brandstof voor groeiende sociale ellende. Meermalen openden militairen in Amsterdam het vuur op rode demonstraties. 

Ook de Amsterdamse schoolmeester Theo Thijssen (1879-1943) werd in augustus 1914 onder dewapenen werd geroepen. Deze tentoonstelling laat zien hoe hij en andere schrijvers uit zijn tijd in hun werk terugkeken op de oorlog waaraan Nederland niet deelnam.

"De gelukkige klas" is de titel van de huidige tentoonstelling in het Museum. Deze tentoonstelling ligt in het verlengde van het symposium onder dezelfde naam dat op 15 december georganiseerd wordt in het kader van de herdenking van de 75 sterfdag van Thijssen. De Tentoonstelling heeft (net als symposium) als thema de onderwijsdenkbeelden van Thijssen en de actualiteit ervan.

Deze zijn impliciet terug te vinden in zijn literaire werk, maar expliciet in een groot aantal artikelen, besprekingen van methoden, e.d. Deze tentoonstelling krijgt als naam mee "De gelukkige klas". Deze titel van het tweede werk van Thijssen over de belevenissen van meester Staal, kan namelijk uitstekend als kenschetsing van zijn onderwijsvisie gebruikt worden. 

Theo Thijssen groeide op in de Jordaan en Oud-West, maar in de tweede helft van zijn leven (1912-1943) woonde in Amsterdam-Oost: lang in de Transvaalbuurt, kort in de Watergraafsmeer. Al sinds 1902 werkte hij als onderwijzer in de Oosterparkbuurt, tot 1921. En in 1943 werd hij er begraven, op de Nieuwe Ooster.

Wat betekende Oost voor Theo Thijssen? Hoe zagen  zijn woningen er uit? Wie waren zijn buren en hoe ging hij met ze om? Met welke bekende buurtgenoten (onderwijsmensen, schrijvers, politici) had hij contact? Hoe liep hij van huis naar school? Waar wandelde hij met zijn leerlingen (en waar woonden die)? Welke kapper knipte zijn walrussnor? En wat schreef hij over zijn buurt? Daarover ging het in deze tentoonstelling.

Niet zonder reden is Theo Thijssen weleens (in modern jargon) een ‘mannen-man’ genoemd. En jazeker, vooral als jongeman voelde hij zich zeer thuis in de masculiene wereld van stoerheid en kameraadschap.

Hoe dan ook waren vele vrouwen belangrijk voor hem: geliefd en minder geliefd, en in talrijke rollen. Moeders, echtgenotes, zussen, grootmoeders, tantes, zussen, dochter en schoondochters, winkeliersters, dienstbodes, schoolmeisjes, onderwijzeressen, jeugdboekenschrijfsters en andere ‘dames’. 
De tentoonstelling werd geopend door Rik Thijssen, Theo’s kleindochter, net als hij werkzaam in het onderwijs.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was Nederland neutraal, maar de oorlog bleef hier niet zonder gevolgen. Honderdduizenden Nederlandse mannen werden gemobiliseerd en ruim een miljoen berooide Belgische vluchtelingen staken de grens over. Naarmate de oorlog langer duurde, zorgden prijsstijgingen en schaarste aan levensmiddelen en brandstof voor groeiende sociale ellende. Meermalen openden militairen in Amsterdam het vuur op rode demonstraties. 

Ook de Amsterdamse schoolmeester Theo Thijssen (1879-1943) werd in augustus 1914 onder de wapenen werd geroepen. Deze tentoonstelling laat zien hoe hij en andere schrijvers uit zijn tijd in hun werk terugkeken op de oorlog waaraan Nederland niet deelnam.

Theo Thijssen was niet alleen een groot schrijver en een geboren onderwijzer, maar ook werd hij van jongs af aan gedreven door een stevig maatschappelijk engagement, weliswaar gereguleerd door de nuchterheid van de praktijkman. Uiteindelijk werd hij zelfs beroepspoliticus.

Over dit alles ging deze tentoonstelling, die werd geopend door Gerdi Verbeet, oud-voorzitter van de Tweede Kamer en voormalig lerares.

Theo Thijssen (1879-1943) geldt als schoolvoorbeeld van de ‘rode schoolmeester’. Maar zo eenvoudig is dat niet. Zelf uit een ‘rood nest’, moest Thijssen toen hij in 1898 voor de klas kwam staan, niks hebben van de spraakmakende socialistische onderwijzers van toen: fanatieke scherpslijpers! Maar ook hij maakte zich kwaad over de sociale ellende die hij dagelijks zag. Dus werd ook Thijssen uiteindelijk lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Opstandig was hij steeds al, vooral tegen uiteenlopende pedagogische autoriteiten. Maar ook liep hij als jong onderwijzer al meteen aan tegen de ‘sociale quaestie’: de talenten van zijn beste leerlingen bleven onuitgewerkt, omdat ze arme ouders hadden of onverschillige onderwijzers. Gelijkwaardige ontwikkelingskansen voor arm en rijk: dát was voor Thijssen de kern van zijn socialisme. Daarvoor zette hij zich in als onderwijzer, journalist, vakbondsman en volksvertegenwoordiger.

CITAAT VAN DE MAAND

“Daar waren ze de gracht afgerend; en ja, hoor, op de brug, daar liep een jongen, een werkjongen met een lange broek; en over z'n hoofd hing z'n zwembroekje te drogen; z'n wangen waren blauw. Ze stonden met z'n vieren den jongen aan te gapen; hij, fluitend, kwam vlak langs ze. „Fijn water?" vroeg de brutale Klaas hem. De werkjongen was natuurlijk beledigd. „Watte?" snauw- de hij, en hij maakte een gebaar om Klaas weg te jagen. Maar Ko en Ay en Henk drongen tegen hem aan; en Ko gaf hem kleine duwtjes en zei: „As je lef hebt, moet je met mij beginners. 'k Ben nogal bang voor je lange broek!" De werkjongen keek ze alle drie met minachting aan; maar hij deed niets, en liep door. Klaas stond op 'n eerbiedigen afstand en riep hem na: „He zeg! He! Een kwartje asje op je broek trapt!"      

(Jongensdagen”, blz. 35,36)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie